Ik ben al een tijdje bezig met informatie op te zoeken over Woodstock.
Er valt heel veel informatie over terug te vinden, maar dit is niet echt bevredigend. Je krijgt immers de sfeer niet mee. Ik vermoed dat dit als buitenstaander nooit lukt maar zelf heb ik een poging ondernomen door het zien van de film van Wadleigh.
Woodstock is een festival dat plaatsvond on 1969. Het motto van het festival was 'three days of peace and music'.
Het festival ging door op de wei van een melkveehouder. Er werd 200.000 man verwacht, maar er kwam dubbel zoveel volk opdagen waarvan de meeste niet betaald hadden. Er waren dus veel te weinig voorzieningen
Er was veel drug- en drankgebruik tijdens het festival maar toch was er bijna geen geweld.
De eigenaar van het veld zag het festival als een overwinning van peace and love.
Ik heb het gevoel dat er in dit festival wel echt sprake is van blootstelling. Zowel letterlijk als figuurlijk. Maar als ik naar de beelden kijk, dan denk ik dat het niet mogelijk is om zoiets in Genk te bereiken. De tijdsgeest is immers helemaal veranderd. Waarden zoals vrede en liefde staan volgens mij niet meer centraal in Genk. Ook kan het organiseren van zo een festival niet meer zonder controle en dergelijke. Dus zou het gewoon onmogelijk zijn om dit te doen.
dinsdag 20 december 2011
zaterdag 17 december 2011
Bedenkingen tussendoor: part 2
Een andere bedenking tussendoor schrijf ik naar aanleiding van het seminarie over Pedro Costa van Jorge Larossa.
Dit seminarie ging over de films van Pedro Costa. In deze films wordt een vrouw gevolgd die in een heel vuil huis woont, aan de drugs zit. Een situatie waar je als pedagoog direct iets wil veranderen. Je bent ervan overtuigd dat het niet goed is voor de vrouw om in deze omstandigheden te moeten overleven.
In de film blijft het niet bij deze situatie. Ze wordt immers geholpen en komt in een soort sociale woning terecht. Het gaat om een spierwitte kamer met een wit bed en een televisie. Je zou dus denken dat ze beter af is, ik denk dat dit ook zo is. Maar je blijft wel met een ongemakkelijk gevoel zitten dat dit niet juist is. Zoals Rancière het zei: 'There is no room for imagination'.
Dit wil zeker niet zeggen dat ik een voorkeur geef aan de eerste situatie. De vrouw zou het immers niet hebben overleefd als ze daar zou zijn blijven wonen.
Deze voorbeelden doen mij, en de anderen uit het seminarie waarschijnlijk ook, heel hard denken aan Genk. In Genk zijn we nu aanbeland aan de witte kamer. We zouden zeker niet terug willen naar hoe het vroeger was maar er is geen ruimte meer voor verbeelding.
Is 'de witte kamer' misschien het beste dat we als niet perfect zijnde mens kunnen bereiken? Of is het mogelijk om nog verder te gaan en de witte kamer wat meer kleur te kunnen geven?
Dit seminarie ging over de films van Pedro Costa. In deze films wordt een vrouw gevolgd die in een heel vuil huis woont, aan de drugs zit. Een situatie waar je als pedagoog direct iets wil veranderen. Je bent ervan overtuigd dat het niet goed is voor de vrouw om in deze omstandigheden te moeten overleven.
In de film blijft het niet bij deze situatie. Ze wordt immers geholpen en komt in een soort sociale woning terecht. Het gaat om een spierwitte kamer met een wit bed en een televisie. Je zou dus denken dat ze beter af is, ik denk dat dit ook zo is. Maar je blijft wel met een ongemakkelijk gevoel zitten dat dit niet juist is. Zoals Rancière het zei: 'There is no room for imagination'.
Dit wil zeker niet zeggen dat ik een voorkeur geef aan de eerste situatie. De vrouw zou het immers niet hebben overleefd als ze daar zou zijn blijven wonen.
Deze voorbeelden doen mij, en de anderen uit het seminarie waarschijnlijk ook, heel hard denken aan Genk. In Genk zijn we nu aanbeland aan de witte kamer. We zouden zeker niet terug willen naar hoe het vroeger was maar er is geen ruimte meer voor verbeelding.
Is 'de witte kamer' misschien het beste dat we als niet perfect zijnde mens kunnen bereiken? Of is het mogelijk om nog verder te gaan en de witte kamer wat meer kleur te kunnen geven?
Bedenkingen tussendoor
Tussen alle feesten door wil ik even stilstaan bij andere dingen die mij opgevallen zijn, die ik gehoord heb. Ze hebben niet rechtstreeks te maken met mijn onderzoekje naar de feesten. Ze zijn echter wel relevant wat Genk betreft.
Het eerste waar ik het over wil hebben is het verhaal van een afgestudeerde sociaal pedagoog: Thomas Geusens. Net zoals elk jaar hebben we met de pedagogische kring een sprekersavond georganiseerd voor de tweedejaars. Hier komen afgestudeerde pedagogen praten over hun job. Zo kan het voor de tweedejaars makkelijker worden om een afstudeerrichting te kiezen. Thomas kwam vertellen over zijn job.
Thomas werkt bij streetwize. De opbrengst van hun organisatie gaat naar Mobile School. Ik heb gezien dat Eline (genkeline.blogspot.com) ook een bericht heeft gepubliceerd over de mobiele school en Thomas. Dus ik ga me beperken met het geven van informatie. Deze vind je immers duidelijk uitgelegd terug op Eline haar blog.
Wat ik nu zo speciaal vind aan Thomas zijn verhaal is het feit dat hij heel kritisch staat tegenover de pedagogiek en pedagogische interventies. Hij heeft ondervonden dat hij met pedagogische projecten heel weinig kan bereiken. Hij heeft zichzelf altijd gezien als iemand die de wereld wil verbeteren en dit lukte hem nooit met pedagogsche interventies. Iets wat er voor kan zorgen dat je wel iets kan bereiken is geld, hierdoor is het idee gegroeid om een bedrijfje op te richten. Hij liet weten dat hij het erg vond dat de mobiele school afhankelijk was van subsidies. Hij heeft het idee (waar ik hem gelijk in geef) dat het niet goed is als je mensen afhankelijk van iets maakt. Zelf gaf hij het voorbeeld: 'Je moet de mensen geen graan geven, maar ze leren hoe deze te oogsten.'. Het feit dat de mobiele school afhangt van subsidies druist dus in tegen dit principe. Hierdoor is het bedrijf Streetwize er gekomen. Met de winst hiervan proberen ze de mobiele school te onderhouden.
Streetwize geeft op een hele speciale manier vormingen aan bedrijven. Ze gaan ervan uit dat bedrijven heel veel kunnen leren van straatkinderen. Vermits deze heel veel vaardigheden moeten hebben om te kunnen overleven. Een voorbeeld van een vorming dat ze hebben gegeven was dat ze een directieteam een week hebben laten overleven op straat. Ze werken ook samen met kinderen die op het straat moeten overleven.
Ze laten dus bedrijven (zoals Nike) heel veel geld betalen om te leren van de straat.
Wat me hier zoveel in inspireert is deze combinatie tussen een sociaal project en de bedrijfswereld.
Je merkt het, voor mijn blog en onderzoek naar feesten is dit misschien niet zo relevant. Ik vond het echter een te interessant verhaal om te laten liggen, en misschien kunnen anderen er wel door geïnspireerd raken bij het maken van hun educatief ontwerp.
Ik heb dit bericht net gepubliceerd en bedenk me dat dit wel heel belangrijk is voor mijn ontwerp. Niet voor de feesten zelf, wel voor de vraag wat een pedagoog is, of zou moeten zijn. Ik denk wat ik hier heb verteld, is wat een goede pedagoog moet zijn.
Het eerste waar ik het over wil hebben is het verhaal van een afgestudeerde sociaal pedagoog: Thomas Geusens. Net zoals elk jaar hebben we met de pedagogische kring een sprekersavond georganiseerd voor de tweedejaars. Hier komen afgestudeerde pedagogen praten over hun job. Zo kan het voor de tweedejaars makkelijker worden om een afstudeerrichting te kiezen. Thomas kwam vertellen over zijn job.
Thomas werkt bij streetwize. De opbrengst van hun organisatie gaat naar Mobile School. Ik heb gezien dat Eline (genkeline.blogspot.com) ook een bericht heeft gepubliceerd over de mobiele school en Thomas. Dus ik ga me beperken met het geven van informatie. Deze vind je immers duidelijk uitgelegd terug op Eline haar blog.
Wat ik nu zo speciaal vind aan Thomas zijn verhaal is het feit dat hij heel kritisch staat tegenover de pedagogiek en pedagogische interventies. Hij heeft ondervonden dat hij met pedagogische projecten heel weinig kan bereiken. Hij heeft zichzelf altijd gezien als iemand die de wereld wil verbeteren en dit lukte hem nooit met pedagogsche interventies. Iets wat er voor kan zorgen dat je wel iets kan bereiken is geld, hierdoor is het idee gegroeid om een bedrijfje op te richten. Hij liet weten dat hij het erg vond dat de mobiele school afhankelijk was van subsidies. Hij heeft het idee (waar ik hem gelijk in geef) dat het niet goed is als je mensen afhankelijk van iets maakt. Zelf gaf hij het voorbeeld: 'Je moet de mensen geen graan geven, maar ze leren hoe deze te oogsten.'. Het feit dat de mobiele school afhangt van subsidies druist dus in tegen dit principe. Hierdoor is het bedrijf Streetwize er gekomen. Met de winst hiervan proberen ze de mobiele school te onderhouden.
Streetwize geeft op een hele speciale manier vormingen aan bedrijven. Ze gaan ervan uit dat bedrijven heel veel kunnen leren van straatkinderen. Vermits deze heel veel vaardigheden moeten hebben om te kunnen overleven. Een voorbeeld van een vorming dat ze hebben gegeven was dat ze een directieteam een week hebben laten overleven op straat. Ze werken ook samen met kinderen die op het straat moeten overleven.
Ze laten dus bedrijven (zoals Nike) heel veel geld betalen om te leren van de straat.
Wat me hier zoveel in inspireert is deze combinatie tussen een sociaal project en de bedrijfswereld.
Je merkt het, voor mijn blog en onderzoek naar feesten is dit misschien niet zo relevant. Ik vond het echter een te interessant verhaal om te laten liggen, en misschien kunnen anderen er wel door geïnspireerd raken bij het maken van hun educatief ontwerp.
Ik heb dit bericht net gepubliceerd en bedenk me dat dit wel heel belangrijk is voor mijn ontwerp. Niet voor de feesten zelf, wel voor de vraag wat een pedagoog is, of zou moeten zijn. Ik denk wat ik hier heb verteld, is wat een goede pedagoog moet zijn.
Parades
Een andere vorm van volksfeesten zijn de parades.
Voor het vak Pedagogisch erfgoed heb ik het gehad over het Ros Beiaard.
Dit is een ommegang die sinds 1990 om de tien jaar doorgaat in Dendermonde. Hier wordt het verhaal verteld over de sage van het Ros Beiaard. Dit was een extreem sterk paard dat Heer Aymon van Dendermonde aan zijn jongste zoon gaf vermits deze ook heel erg sterk was. Het paard wordt uiteindelijk opgeofferd om de vrede met Karel De Grote te bewaren. Hij wordt met molenstenen rond zijn in de rivier gegooid. Tot drie keer toe weet het paard zich uit de rivier te hijsen tot op het moment totdat Reynout (de jongste zoon) zijn hoofd afwend van verdriet. Als het paard merkt dat zijn baas niet meer kijkt geeft hij de strijd op en verdrinkt hij.
Het belangrijkste element in de parade is het ros zelf. Het is een paard dat 5 m hoog is en 5 meter lang. Het wordt tijdens de parade gedragen door drie keer 12 pijnders. Op het ros zitten vier broers uit Dendermonde. Het is een hele eer om heemskind te mogen zijn. Wat zo opvallend is aan deze ommegang is dat (bijna) alle inwoners van Dendermonde er wild van zijn. Ze kijken er tien jaar naar uit. Als het dan eindelijk zover is, en ze het paard zien steigeren, dan barsten ze in tranen uit. Dit kan je terugvinden om allerhande filmpjes zoals deze: http://www.youtube.com/watch?v=ECsglEbckiU. Het is opvallend dat het de Dendermondenaars zo raakt. Al deze emoties tijdens de ommegang duiden er volgens mij op dat er sprake kan zijn van blootstelling.
Ik vroeg me af wat hier dan de elementen zijn die ervoor zorgen dat er blootstelling is. Volgens mij heet het er niet alleen mee te maken dat het gaat om een parade. Het is immers een eeuwenoude traditie en het maakt deel uit van de identiteit van de bewoners van Dendermonde. Volgens mij zou het dus niet helpen moest er iets gelijkaardigs gedaan worden in Genk, vermits het daar niet zoveel waarde zou hebben.
Om een beetje meer te weten te komen over blootstelling tijdens parades heb ik een e-mail gestuurd naar Peter Reyskens vermits hij veel bezig is met parades. De vragen die ik hem heb gesteld waren:
Het antwoord dat hij mij gestuurd heeft ga ik gewoon overnemen vermits ik geen elementen wil vergeten te vermelden:
Ik denk dat parades altijd een moment van blootstelling met zich mee brengen. Ik denk dat het fysieke tentoonstellen van bewegende lichamen die bekeken worden door anderen een vorm van bloostelling is.
Ik denk echter dat dit publieke aspect van paraderen vaak terug beschermd wordt of geprivatiseerd wordt, waardoor het veilig gemaakt wordt en zijn publieke karakter verliest.
Als je een parade wil maken die blootstelling toelaat, moet je volgens mij vooral allerlei beschermingsmechanismen uitsluiten die van de parade terug een soort privé clubje maken waarbij de parade in het teken komt te staan van een particuliere betekenis: zoals de Natie in een militair défilé, de Godsdienst in een processie of een eigen identiteit in een ethnische optocht.
Ik denk echter dat dit publieke aspect van paraderen vaak terug beschermd wordt of geprivatiseerd wordt, waardoor het veilig gemaakt wordt en zijn publieke karakter verliest.
Als je een parade wil maken die blootstelling toelaat, moet je volgens mij vooral allerlei beschermingsmechanismen uitsluiten die van de parade terug een soort privé clubje maken waarbij de parade in het teken komt te staan van een particuliere betekenis: zoals de Natie in een militair défilé, de Godsdienst in een processie of een eigen identiteit in een ethnische optocht.
Volgens Peter Reyskens is blootstelling dus wel mogelijk in alle parades als je beschermingsmechanismen uitschakelt. Dit doet me denken aan het immuniseren bij Esposito. Als je jezelf immuniseert dan kan je niet blootgesteld worden. De vraag die ik mezelf nu stel en waar ik geen antwoord op heb, is hoe je (als buitenstaander) ervoor kan zorgen dat de ander zich niet immuniseert?
zondag 4 december 2011
evenementen in Genk
In Genk is er elke dag wel iets te doen. Een tijdje geleden had ik een e-mail gestuurd naar de stad Genk om te vragen of ze een inventaris hadden van evenementen die in Genk plaatsvinden. Ze hebben me dan hun evenementenkalender opgestuurd en hierin staan maar liefst 90 evenementen die dit jaar plaatsvinden met onder andere braderieën, carnavalstoet, kermis, festival, vuurwerk, markten,...
Op de site uitingenk.be kan je meer informatie vinden hierover. Ook heb ik er voor gezorgd dat ik via facebook op de hoogte gehouden ga worden over de evenementen.
De eerstvolgende activiteit die in Genk plaatsvindt is 'YOHOHO- Kerst in Genk'. Vanaf 9 december wordt er in Genk een winterdorp gemaakt waar je kan komen shoppen, en ijsschaatsen, en lekker eten en drinken. Kerstbomen, vuurkorven en muziek brengen je helemaal in kerstsfeer.
Een volgend evenement is carnaval in Genk. Er komt dan een internationale carnavalstoet en er is ook een kindercarnaval stoet.
Op 1 mei is er ook nog een groot feest in Genk.In de dagen voor en na 1 mei vindt er ook al randanimatie plaats.
Genk-on-stage is een heel groot gratis festival. Er komen elke jaar meer dan 120000 mensen naartoe. Het festival heeft elk jaar veel kleppers op de affiche staan. Elke ontspanningzoeker, culturele meerwaardezoeker als de alternatieve muziekliefhebber voelt er zich thuis. Er zijn ook sfeerstraten waar je kan genieten van coverbandjes.
Op de site van Uit in Genk staat er ook nog iets over 'Parkies'. Elke dinsdagavond van juli en augustus kan je in Genk gaan genieten van een cocktail en leuke sfeer en muziek.
Er is dus ontzettend veel te doen in Genk. Het lijken allemaal leuke feesten, maar van buitenkomen en gemeenschap lijkt er niet veel sprake te zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)