dinsdag 20 december 2011

Woodstock

Ik ben al een tijdje bezig met informatie op te zoeken over Woodstock.
Er valt heel veel informatie over terug te vinden, maar dit is niet echt bevredigend. Je krijgt immers de sfeer niet mee. Ik vermoed dat dit als buitenstaander nooit lukt maar zelf heb ik een poging ondernomen door het zien van de film van Wadleigh.
Woodstock is een festival dat plaatsvond on 1969. Het motto van het festival was 'three days of peace and music'.
Het festival ging door op de wei van een melkveehouder. Er werd 200.000 man verwacht, maar er kwam dubbel zoveel volk opdagen waarvan de meeste niet betaald hadden. Er waren dus veel te weinig voorzieningen
Er was veel drug- en drankgebruik tijdens het festival maar toch was er bijna geen geweld.
De eigenaar van het veld zag het festival als een overwinning van peace and love.
Ik heb het gevoel dat er in dit festival wel echt sprake is van blootstelling. Zowel letterlijk als figuurlijk. Maar als ik naar de beelden kijk, dan denk ik dat het niet mogelijk is om zoiets in Genk te bereiken. De tijdsgeest is immers helemaal veranderd. Waarden zoals vrede en liefde staan volgens mij niet meer centraal in Genk. Ook kan het organiseren van zo een festival niet meer zonder controle en dergelijke. Dus zou het gewoon onmogelijk zijn om dit te doen.

zaterdag 17 december 2011

Bedenkingen tussendoor: part 2

Een andere bedenking tussendoor schrijf ik naar aanleiding van het seminarie over Pedro Costa van Jorge Larossa.
Dit seminarie ging over de films van Pedro Costa. In deze films wordt een vrouw gevolgd die in een heel vuil huis woont, aan de drugs zit. Een situatie waar je als pedagoog direct iets wil veranderen. Je bent ervan overtuigd dat het niet goed is voor de vrouw om in deze omstandigheden te moeten overleven.
In de film blijft het niet bij deze situatie. Ze wordt immers geholpen en komt in een soort sociale woning terecht. Het gaat om een spierwitte kamer met een wit bed en een televisie. Je zou dus denken dat ze beter af is, ik denk dat dit ook zo is. Maar je blijft wel met een ongemakkelijk gevoel zitten dat dit niet juist is. Zoals Rancière het zei: 'There is no room for imagination'.
Dit wil zeker niet zeggen dat ik een voorkeur geef aan de eerste situatie. De vrouw zou het immers niet hebben overleefd als ze daar zou zijn blijven wonen.
Deze voorbeelden doen mij, en de anderen uit het seminarie waarschijnlijk ook, heel hard denken aan Genk. In Genk zijn we nu aanbeland aan de witte kamer. We zouden zeker niet terug willen naar hoe het vroeger was maar er is geen ruimte meer voor verbeelding.
Is 'de witte kamer' misschien het beste dat we als niet perfect zijnde mens kunnen bereiken? Of is het mogelijk om nog verder te gaan en de witte kamer wat meer kleur te kunnen geven?

Bedenkingen tussendoor

Tussen alle feesten door wil ik even stilstaan bij andere dingen die mij opgevallen zijn, die ik gehoord heb. Ze hebben niet rechtstreeks te maken met mijn onderzoekje naar de feesten. Ze zijn echter wel relevant wat Genk betreft.
Het eerste waar ik het over wil hebben is het verhaal van een afgestudeerde sociaal pedagoog: Thomas Geusens. Net zoals elk jaar hebben we met de pedagogische kring een sprekersavond georganiseerd voor de tweedejaars. Hier komen afgestudeerde pedagogen praten over hun job. Zo kan het voor de tweedejaars makkelijker worden om een afstudeerrichting te kiezen. Thomas kwam vertellen over zijn job.
Thomas werkt bij streetwize. De opbrengst van hun organisatie gaat naar Mobile School. Ik heb gezien dat Eline (genkeline.blogspot.com) ook een bericht heeft gepubliceerd over de mobiele school en Thomas. Dus ik ga me beperken met het geven van informatie. Deze vind je immers duidelijk uitgelegd terug op Eline haar blog.
Wat ik nu zo speciaal vind aan Thomas zijn verhaal is het feit dat hij heel kritisch staat tegenover de pedagogiek en pedagogische interventies. Hij heeft ondervonden dat hij met pedagogische projecten heel weinig kan bereiken. Hij heeft zichzelf altijd gezien als iemand die de wereld wil verbeteren en dit lukte hem nooit met pedagogsche interventies. Iets wat er voor kan zorgen dat je wel iets kan bereiken is geld, hierdoor is het idee gegroeid om een bedrijfje op te richten. Hij liet weten dat hij het erg vond dat de mobiele school afhankelijk was van subsidies. Hij heeft het idee (waar ik hem gelijk in geef) dat het niet goed is als je mensen afhankelijk van iets maakt. Zelf gaf hij het voorbeeld: 'Je moet de mensen geen graan geven, maar ze leren hoe deze te oogsten.'. Het feit dat de mobiele school afhangt van subsidies druist dus in tegen dit principe. Hierdoor is het bedrijf Streetwize er gekomen. Met de winst hiervan proberen ze de mobiele school te onderhouden.
Streetwize geeft op een hele speciale manier vormingen aan bedrijven. Ze gaan ervan uit dat bedrijven heel veel kunnen leren van straatkinderen. Vermits deze heel veel vaardigheden moeten hebben om te kunnen overleven. Een voorbeeld van een vorming dat ze hebben gegeven was dat ze een directieteam een week hebben laten overleven op straat. Ze werken ook samen met kinderen die op het straat moeten overleven.
Ze laten dus bedrijven (zoals Nike) heel veel geld betalen om te leren van de straat.
Wat me hier zoveel in inspireert is deze combinatie tussen een sociaal project en de bedrijfswereld.

Je merkt het, voor mijn blog en onderzoek naar feesten is dit misschien niet zo relevant. Ik vond het echter een te interessant verhaal om te laten liggen, en misschien kunnen anderen er wel door geïnspireerd raken bij het maken van hun educatief ontwerp.
Ik heb dit bericht net gepubliceerd en bedenk me dat dit wel heel belangrijk is voor mijn ontwerp. Niet voor de feesten zelf, wel voor de vraag wat een pedagoog is, of zou moeten zijn. Ik denk wat ik hier heb verteld, is wat een goede pedagoog moet zijn.

Parades

Een andere vorm van volksfeesten zijn de parades.

Voor het vak Pedagogisch erfgoed heb ik het gehad over het Ros Beiaard.
Dit is een ommegang die sinds 1990 om de tien jaar doorgaat in Dendermonde. Hier wordt het verhaal verteld over de sage van het Ros Beiaard. Dit was een extreem sterk paard dat Heer Aymon van Dendermonde aan zijn jongste zoon gaf vermits deze ook heel erg sterk was. Het paard wordt uiteindelijk opgeofferd om de vrede met Karel De Grote te bewaren. Hij wordt met molenstenen rond zijn in de rivier gegooid. Tot drie keer toe weet het paard zich uit de rivier te hijsen tot op het moment totdat Reynout (de jongste zoon) zijn hoofd afwend van verdriet. Als het paard merkt dat zijn baas niet meer kijkt geeft hij de strijd op en verdrinkt hij.
Het belangrijkste element in de parade is het ros zelf. Het is een paard dat 5 m hoog is en 5 meter lang. Het wordt tijdens de parade gedragen door drie keer 12 pijnders. Op het ros zitten vier broers uit Dendermonde. Het is een hele eer om heemskind te mogen zijn. Wat zo opvallend is aan deze ommegang is dat (bijna) alle inwoners van Dendermonde er wild van zijn. Ze kijken er tien jaar naar uit. Als het dan eindelijk zover is, en ze het paard zien steigeren, dan barsten ze in tranen uit. Dit kan je terugvinden om allerhande filmpjes zoals deze: http://www.youtube.com/watch?v=ECsglEbckiU. Het is opvallend dat het de Dendermondenaars zo raakt. Al deze emoties tijdens de ommegang duiden er volgens mij op dat er sprake kan zijn van blootstelling.
Ik vroeg me af wat hier dan de elementen zijn die ervoor zorgen dat er blootstelling is. Volgens mij heet het er niet alleen mee te maken dat het gaat om een parade. Het is immers een eeuwenoude traditie en het maakt deel uit van de identiteit van de bewoners van Dendermonde. Volgens mij zou het dus niet helpen moest er iets gelijkaardigs gedaan worden in Genk, vermits het daar niet zoveel waarde zou hebben.

Om een beetje meer te weten te komen over blootstelling tijdens parades heb ik een e-mail gestuurd naar Peter Reyskens vermits hij veel bezig is met parades. De vragen die ik hem heb gesteld waren:

Het antwoord dat hij mij gestuurd heeft ga ik gewoon overnemen vermits ik geen elementen wil vergeten te vermelden:
Ik denk dat parades altijd een moment van blootstelling met zich mee brengen. Ik denk dat het fysieke tentoonstellen van bewegende lichamen die bekeken worden door anderen een vorm van bloostelling is.
Ik denk echter dat dit publieke aspect van paraderen vaak terug beschermd wordt of geprivatiseerd wordt, waardoor het veilig gemaakt wordt en zijn publieke karakter verliest.

Als je een parade wil maken die blootstelling toelaat, moet je volgens mij vooral allerlei beschermingsmechanismen uitsluiten die van de parade terug een soort privé clubje maken waarbij de parade in het teken komt te staan van een particuliere betekenis: zoals de Natie in een militair défilé, de Godsdienst in een processie of een eigen identiteit in een ethnische optocht.

Volgens Peter Reyskens is blootstelling dus wel mogelijk in alle parades als je beschermingsmechanismen uitschakelt. Dit doet me denken aan het immuniseren bij Esposito. Als je jezelf immuniseert dan kan je niet blootgesteld worden. De vraag die ik mezelf nu stel en waar ik geen antwoord op heb, is hoe je (als buitenstaander) ervoor kan zorgen dat de ander zich niet immuniseert?

zondag 4 december 2011

evenementen in Genk

In Genk is er elke dag wel iets te doen. Een tijdje geleden had ik een e-mail gestuurd naar de stad Genk om te vragen of ze een inventaris hadden van evenementen die in Genk plaatsvinden. Ze hebben me dan hun evenementenkalender opgestuurd en hierin staan maar liefst 90 evenementen die dit jaar plaatsvinden met onder andere braderieën, carnavalstoet, kermis, festival, vuurwerk, markten,...
Op de site uitingenk.be kan je meer informatie vinden hierover. Ook heb ik er voor gezorgd dat ik via facebook op de hoogte gehouden ga worden over de evenementen.
De eerstvolgende activiteit die in Genk plaatsvindt is 'YOHOHO- Kerst in Genk'. Vanaf 9 december wordt er in Genk een winterdorp gemaakt waar je kan komen shoppen, en ijsschaatsen, en lekker eten en drinken. Kerstbomen, vuurkorven en muziek brengen je helemaal in kerstsfeer.
Een volgend evenement is carnaval in Genk. Er komt dan een internationale carnavalstoet en er is ook een kindercarnaval stoet.
Op 1 mei is er ook nog een groot feest in Genk.In de dagen voor en na 1 mei vindt er ook al randanimatie plaats.
Genk-on-stage is een heel groot gratis festival. Er komen elke jaar meer dan 120000 mensen naartoe. Het festival heeft elk jaar veel kleppers op de affiche staan. Elke ontspanningzoeker, culturele meerwaardezoeker als de alternatieve muziekliefhebber voelt er zich thuis. Er zijn ook sfeerstraten waar je kan genieten van coverbandjes.
Op de site van Uit in Genk staat er ook nog iets over 'Parkies'. Elke dinsdagavond van juli en augustus kan je in Genk gaan genieten van een cocktail en leuke sfeer en muziek.
Er is dus ontzettend veel te doen in Genk. Het lijken allemaal leuke feesten, maar van buitenkomen en gemeenschap lijkt er niet veel sprake te zijn.




maandag 21 november 2011

Festival 1: Pukkelpop

Pukkelpop is een Belgisch muziekfestival dat bestaat sinds 1985.
Het gaat elk jaar door in Hasselt-Kiewit. De organisator van het festival is Chokri Mahassine.

Zoals iedereen wel weet gebeurde er deze zomer een groot drama op de weide. In de morgen stond er hierover een column van Mark Van De Voorde: http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1348759/2011/11/16/Waar-is-het-respect-voor-de-slachtoffers.dhtml.
Hij heeft het over dat we nu in een neo-liberalistisch tijdperk leven. We willen waar voor ons geld, als we niet tevreden zijn willen we ons geld terug. Net zoals we gaan scheiden als ons huwelijk niet opbrengt voor onszelf.
Hij heeft het hierover vermits er een aantal mensen zijn die hun geld terug willen van de vorige editie. Ze zijn niet tevreden met een compensatie in drankbonnen.
Hierdoor vindt hij dat we niet kunnen zeggen dat de massa die er op het festival aanwezig is, een gemeenschap is. Het zijn een hoop individuele personen bij elkaar die er enkel zijn om te genieten.

Dit is volgens mij iets om over na te denken.
Kunnen we zeggen dat er helemaal geen sprake was van een gemeenschap omdat er een hele kleine minderheid is die zijn geld terug wilt?
Gaat het tegenwoordig enkel om onszelf?
Of zijn de meeste niet gewoon mensen die elkaar hebben gesteund tijdens deze moeilijk tijd?
Is er dus misschien wel sprake van een gemeenschap?

dinsdag 15 november 2011

Wat ik vanaf nu ga doen


Na  een periode van niet weten wat te doen, en een gesprek hierover, weet ik terug waar ik naartoe kan en wat ik hiervoor moet doen.
Het besluit is dat ik toch verder ga gaan met het onderzoeken van festivals, feesten , parades, … om te zien wat nu juist de feesten zijn waar er blootstelling mogelijk is, waar de mensen aanwezig zijn. Feesten is meer als enkel plezier maken, het heeft ook elementen in zich die u buiten uw gewone doen brengen. Als we naar de feesten van vroeger kijken, volgden deze meestal op een periode van bezuinigen. Tegenwoordig is er echter veel van verloren gegaan. Feesten is, in plaats van een onderbreking in de economie, een belangrijk deel voor de economie geworden. Vroeger waren feesten uitzonderingen, nu is dit helemaal niet meer het geval.
Nu is het plan, dat ik een inventaris ga maken van feesten en evenementen van verschillende culturen, periodes,… om zo te weten te komen in welke feesten er sprake kan zijn van blootstelling. Als ik zo een feest heb gevonden dan kan ik dit toepassen op Genk.

zaterdag 29 oktober 2011

Blootstelling

In tegenstaand tot wat we dachten lijkt de migratievraag niet dé vraag te zijn maar er is meer een verschuiving van de vraag naar de vraag dat de mensen niet meer buitenkomen. Ze komen enkel naar buiten om bepaalde behoefte te bevredigen.
 Er is nergens volk. Op initiatieven is er ook nauwelijks volk. Dit is ons onbehagen. Je zou dit kunnen vertalen als een vraag om gemeenschap.
‘Het ontbreekt in Genk aan plekken. Er zijn geen plekken waar een soort van confrontatie mogelijk is, waar iets gecommuniceerd wordt.'
Een voorbeeld hiervan is dat er in Genk een heel groot fietsennetwerk is maar dit komt nooit in aanraking met andere functies. Er is bijvoorbeeld altijd sprake van een brug of een tunnel. Er zijn wel plaatsen waar fietsers met elkaar in aanraking komen maar dit is  binnen hun eigen netwerk. Het is dus een parallel netwerk met de andere netwerken. Als er in Genk plaatsen zijn waar er toch confrontatie plaatsvindt worden de sporen ervan altijd direct afgekuist vb graffiti. Er is dus quasi geen materialisatie van de confrontatie. Ze lossen problemen op door alles uit elkaar te leggen. Er is geen confrontatie meer mogelijk.
Het buitenkomen dat er nu is in Genk is in zekere zin binnenblijven. Het is buitenkomen voor uw behoeften/ voorzieningen.
Zeker in Genk word je met de vraag geconfronteerd wat pedagoog zijn nu juist is. Wat de rol van de pedagoog is in de samenleving.
Genk is groot voor weinig inwoners. Het kan zijn dat dit een rol speelt want dit hangt samen met de manieren van wonen en manieren van werken. De kwestie van de verzorgingsstaat is dat er teveel is aan al de initiatieven. Voor wie zijn deze er? Enkel voor pedagogen aan het werk te houden.
In Genk zie je de manier waarover wij denken in deze samenleving. Iedereen heeft behoeften en dan is er een instelling die iets gaat organiseren om die behoeften te bevredigen.
De grote vraag die we ons kunnen stellen is of er nog een inzet is in Genk? Zijn er nog dingen die op het spel staan? Gaat het nog over iets?
In de les Thema’s en Kwestie in de sociaal culturele pedagogiek ging het over de tekst van  Esposito over gemeenschap. Hij zegt dat de gemeenschap niet de uitbreiding is van individuen. Het is niet omdat we veel mensen samenbrengen dat je gemeenschap hebt. De gemeenschap komt er pas door de blootstelling. Zo’n ervaring van gemeenschap, van blootstelling gaat niet zonder pijn.
Dit doet me denken aan een kinderboek dat ik aan het lezen ben ‘alleen op de wereld’. Het verhaal gaat over een jongetje die als straatmuzikant probeert te overleven. Hij is heel gelukkig als hij binnen bij mensen kan wonen, zonder zorgen. Na een tijdje krijgt hij echter heimwee naar zijn leven als zwerver. Het is immers te comfortabel om altijd in een huis te wonen. Hij wilt blootgesteld worden door dit buitenkomen. Volgens mij is dit het soort buitenkomen waar naar gestreefd moet worden in Genk.

Elementen om bij te houden


Hier volgen een aantal (vrij onsamenhangende) elementen die zouden kunnen helpen in het denkproces. Het zijn vaak elementen die ik in de vorige blogberichten ook heb aangehaald en waar ik nu verder op inga. Ik heb ervoor gekozen om mijn vorige berichten te laten staan zoals ze waren en deze aanpassingen in n nieuw blogbericht te zetten. Zodat mijn eerste ideeën niet verloren gaan. Ik ben er ook nog niet over uit of al deze elementen wel van pas gaan kunnen komen maar ik wil het risico niet lopen dat ik ze later nog nodig ga hebben en dat ik ze kwijt ben doordat ik ze niet op de blog heb geplaatst.

-The Wire biedt ons het idee dat het erom gaat zichtbaar te maken wat in zicht is. Dit is niet hetzelfde als bewust maken (dit zijn ze immers al). Het gaat erom om met soft eyes te kijken. Door herhaaldelijk terug te gaan naar de plaats kan je met soft eyes kijken. Het gaat dus niet om zoeken naar antwoorden op vragen maar het gaat om het zoeken naar ene ander soort vraag.
-Er is misschien wel een aanleiding om na te denken over vormen van collectief wonen/werken/koken/feesten. Is een festival een vorm van buitenkomen of is het een vorm van binnenblijven?
-Wat Genk lijkt te doen in zichzelf on stage te brengen. Zo kon je in Genk graffiti zien van ‘3600 Genk’. Dit is illegaal en het is heel bizar dat ze er dan voor kiezen om de postcode van Genk op de muur te zetten. Ook zingen alle rappers over Genk zelf, dit staat in fel contrast met ‘echte rappers’ die zingen vooral over onrecht en woede over de situatie.
-Interessante literatuur:
·         Hans Achterhuis: de markt van welzijn en geluk
·         Richard Sennett: the conscience of the eye
·         Isabel Stengers: ‘the cosmopolitan proposal’
·         Elementaire deeltjes
·         David Nolens: de kunst van het wachten

woensdag 19 oktober 2011

SAMENVATTING THE WIRE, GENK

The Wire

In week 2 hebben we een seminarie gehad over het maken van “the wire”. De focus van deze serie gaat over de verandering van de stad. Het is buiten een tv-show ook een sociologische studie.
(Het maken van) The Wire wordt beschouwd als een manier om anders te kijken naar kwesties die altijd op een geijkte manier wordt beantwoord maar geen oplossing bieden. Je moet een poging doen om de vragen anders te zien.
De oplossing van problemen bestaat er niet in de mensen bewust te maken van de problemen. Denken is de poging om op nieuwe gedachten te komen. Het gaat niet om de voor de hand liggende oplossing te kiezen. Je moet jezelf in een situatie plaatsen waarin je het zelf niets meer ziet zitten.
Je moet er een experimentele/artificiële ruimte van maken. Je moet grenzen trekken die ’n grote complexiteit toelaten en je hebt er  tijd voor nodig om een soort intimiteit met de situatie te creëren. Je moet mensen aan het woord laten zoals ze aan het woord gelaten willen worden. Het gaat niet om een letterlijke toepassing maar om een vertaling.

Overlegmomentje donderdag in Genk

Toen we op dinsdag naar Genk vertrokken wisten we nog niet wat ons te wachten ging staan.
Er werd ons verteld dat we een hele week gingen moeten rondlopen om Genk in kaart te brengen. Dit had tot doel te weten te komen wat de problemen zijn in Genk.
Na een paar dagen alleen rond te wandelen begonnen de frustratie toch wel toe te slaan omdat het er overdag echt niets te beleven viel en het niet leuk is om een hele dag alleen rond te lopen. We wisten echt niet goed of deze oefening wel nuttig was.
Door een hele week alleen rond te lopen in Genk zonder vooroordelen ga je kunnen zichtbaar maken wat onzichtbaar altijd al aanwezig was. Het is een andere manier van kijken. Anders zouden we, door de verhalen van andere te horen, de klassieke oplossingen gebruiken. Het is zoals Sönke vertelde over “the wire”. Dat je op een andere manier moet leren kijken en niet de logische vragen moet stellen, maar net een ander soort vragen moet stellen. We hebben van Genk een artificiële ruimte gemaakt.
Dan zijn we op donderdag avond samen gaan zitten om het eens te hebben over wat we allemaal al gezien hadden.
Wat bleek? Tegen al onze verwachtingen in voelde niemand zich onveilig, had er niemand al iets verontrustend meegemaakt en bleek er dus niet veel te kloppen van het beeld dat we van op voorhand van Genk hadden. Integendeel, er is geen onrust op straat maar het gaat nog een stap verder. Er is nooit iets of iemand op straat. Er zijn heel veel sociale en zorgvoorzieningen maar er zit precies nooit volk, ook de parkjes waren heel leeg. Mijn persoonlijk gevoel bij Genk was eerder dat van een bungalowpark met villa’s. Alles is er kalm en rustig. Zoals iemand het verwoorde: “het is precies de hemel op aarde, maar omdat de hemel zoooo saai is zou ik er niet graag willen wonen.”
De conclusie die we dus eigenlijk over dit overlegmomentje en de problematiek van Genk kunnen maken is dat het probleem is dat er helemaal geen probleem is!

Zondag: wat zou een volkshuis in Gent kunnen zijn?

Het is de laatste dag in Genk. Nu is het tijd om na te denken over wat in Genk een volkshogeschool zou kunnen zijn. Als je op de kaart kijkt naar de centra voor welzijn en zorg, zie je dat er heel veel initiatieven zijn in Genk. Volgens mij is het dus niet echt een optie om echt nieuw soort volkshuis te maken. Want deze zorgen toch niet voor de beoogde oplossing.
Er is volgens mij wel iets nodig om ervoor te zorgen dat de mensen uit hun huis komen. Want dit doen ze precies niet zoveel. Toen we gisteren iets gingen drinken, viel het echt op dat er maar heel weinig mensen om straat waren. De meeste cafeetjes waren vrij leeg. Zelfs in het jeugdhuis zat er maar heel weinig volk.
Tijdens deze week had ik het idee dat Genk een soort evenement mist zoals Marktrock. Maar toen zei iemand dat ‘Genk on stage’ een feest is waar echt wel volk naartoe komt. Ik zou eerder deze richting uitgaan: namelijk een groot, vrij prestieus, feest. Waar iedereen naartoe wil komen door de goede optredens. Met hierbij nog veel randanimatie bij van verschillende culturen (een beetje te vergelijken met de wereldfeesten in Leuven). Hier zouden mensen eten, en materiaal kunnen verkopen van verschillende culturen. Het zou dan de bedoeling zijn dat alle jeugdhuizen en buurthuizen van de verschillende wijken/buurten hieraan participeren, als ze dit willen. Zo kunnen de verschillende buurten toch nog in hun eigen gemeenschap mee komen doen.
Na het neerschrijven van dit idee volgde er een discussie.
Hier kwam uit voort dat Genk eigenlijk de hemel op aarde is. Maaaaar dit is niet wat je wil!
Door een festival als Genk on stage te organiseren creëer je eigenlijk nog een grotere hemel op aarde. Eigenlijk is Genk altijd een beetje een festival.
Mensen komen buiten als ze kleine woningen hebben. In Genk is dit niet het geval. Er is een hele kleine bevolkingsdichtheid. Alles openbare gebouwen zijn in de breedte gebouwd. Er zijn ook heek veel grote huizen in Genk. Mensen hebben alles wat ze nodig hebben in hun eigen huis. Ze hoeven echt niet meer buiten te komen. Het is dus eigenlijk de hemel op aard, maar uw leven krijgt pas betekenis als je iets tegenkomt, als je buitenkomt.
Een ander aspect van festivals waar mee rekening wordt gehouden is dat er heel veel geld mee wordt gemoeid. Je hebt meestal geen vrijheid om te doen wat je echt wil.
Er zijn ook altijd veel ongelukken die gebeuren op festivals. Hieruit blijkt ook weeral dat de hemel op aarde iets is dat niet bestaat. Over deze ongelukken wordt vaak nog heel lang gepraat. Het is wel iets wat mensen dichter bij elkaar brengt.
Dus nu moet ik vertrekken van het feit dat de hemel op aarde niet is wat we willen. Het is iets waar we van moeten afstappen. Door een gemeenschappelijke vijand te creëren gaan de mensen buitenkomen en een gemeenschap creëren.
Nu moet ik er zelf achter zien te komen wat de hemel op aarde eigenlijk betekent en impliceert. Net zoals wat het buitenkomen betekent. En wat het dus bijgevolg zou kunnen betekenen om de mensen uit hun hemel op aarde te halen.